De Laatste Lenin van Estland
Dankzij inside informatie van een Belgische Estse trokken wij naar het verre oosten van Estland tot aan de Russische grens op zoek naar de Laatste Lenin van Estland.
Maar voor we op de zoektocht naar vadertje Rusland verder gaan, nog even een kort verslag van onze ontmoeting met een ander vadertje: Vader Kerst!
Het is jullie misschien niet bekend, of jullie zijn erin geluisd door Coca-cola, Finland of Lapland, maar de enige echte kerstman is woonachtig in Estland! Meer bepaald in het cultureel centrum van een godvergeten stadje waar verder echt niks te beleven valt. Om wat volgt ten gronde te begrijpen moet eerst een schets gemaakt worden van ‘culturele centra’ zoals die in kleine (Estse) stadjes durven voorkomen. Zo’n centrum is in zo’n geval in feiten een veredelde muziekschool, tekenschool, zelfs dansschool, cinema, theaterzaal en enige vergaderplek van de stad in één nogal saai gebouw samengeperst naast kamerplanten en oubollig groene tafellakens. Bij het betreden van zo’n gebouw vraagt men zich dan ook hardop af waar zich het huis van de kerstman bevindt, zoals aangegeven in de toeristische folder. Daarop volgen 10 minuten stress en improvisatie onder het plaatselijke gemeentelijk personeel en een inderhaast opgetrommelde ‘tolk’, zodat speciaal voor ons Santa Claus himself de deur naar zijn eigenste huis kan open doen! Een privé ontmoeting met de kerstman, in zijn real life kerstkaartje met lichtjes, kaarsen, kerstboom, rustieke meubels van plastiek, fake haardvuur en al! En de kerstvader zelf, die ziet er uit zoals een kerstvader eruit hoort te zien. Niet de plastieken rood-wit variant die eind december als bende inbrekers massaal de Vlaamse voorgevels beklimmen. En wie wist dat de kerstman zo mooi ‘Oh my darling Clemetine’ in het Ests kan zingen? We hebben de tolk maar niet laten vertalen dat in België de kerstman helemaal niet bestaat…
Wie hier in Estland nog amper bestaat, is niet father christmas, maar Lenin. Toch schijnt er zich in de laatste stad van de Europese Unie, die verre oostelijke uithoek van het Estse rijk, op de botsing tussen oost en west, daar ergens waar de Russen al met voorsprong in de meerderheid zijn (slechts 4% van die laatste stad spreekt Ests!), daar zou zich de Laatste Lenin van Estland schuilhouden.
Narva en het hele oostelijke deel van Estland wordt sinds sovjettijden voornamelijk bewoont door Russisch sprekende inwoners. Tijdens de sovjettijden moesten ook alle Esten die taal machtig zijn, maar dat is ondertussen al lang vergeten. De Russen zelf spreken amper een woordje Ests en bijgevolg ontstaan er hier twee aparte taalgemeenschappen, hoewel wij durven vermoeden dat het verschil tussen deze gemeenschappen zich niet enkel beperkt tot de taal.
De jongere generatie Estse Esten en Russische Esten praat Engels tegen elkaar, de oudere Russisch. Zo gaat dat tegenwoordig in de voormalige Oostblok landen. Maar onder de jongere generatie Russische Esten groeit traag maar gestaag het besef dat ze beter ook een mondje Ests kunnen leren, zodat ze naar de Estse universiteit kunnen gaan en een volwaardige burger van hun land kunnen worden.
Op weg dus naar de Russische grens, een symbolische plek op onze reis, een groots moment. Als om dit kracht bij te zetten strekt zich 12 kilometer voor die grens een lange rij vrachtwagens uit, wachtende om Rusland te mogen betreden. De truckers moeten hier soms 7 dagen wachten, sigaretten roken, vodka drinken en slapen, voordat ze de grens over steken en dan 10 uur rijden later al in Moskou zijn. Narva, het grensstadje zelf, de laatste bastion van de EU, bevindt zich aan de oevers van een betrekkelijk smalle rivier die de grens vormt met Rusland. Het is een klein stroompje, die grens tussen Estland en Rusland, maar het stroomt heftig! Aan de ene kant van de oever staat een kasteel, aan de overkant van de oever staat zijn Russische tegenhanger op nog geen pijl-en-boogafstand van elkaar verwijderd. Ze stammen dan wel uit lang vervlogen Zweedse en Tsaristische tijden, ze symboliseren toch het huidige politieke klimaat. Het Estse kasteel is vrij sierlijk en elegant te noemen, verfijnd met een mooie witte toren (Lange Herman), de Russische variant is bijna geen kasteel meer maar een hoog bewaakt, versterkt fort. Een burcht zoals je het als kind voorstelde. Gelukkig ligt tussen beide vestigingen een smalle, hoge Brug der Vriendschap. Veel te smal om al het dagelijkse overgangsverkeer aan te kunnen, maar er is een verbinding!
De zon schijnt en we voelen ons behaaglijk op de Estse oever tussen vissers en trouwers. We hebben een stel warme, door echte Russen gebreide tweedehandstruien voor de winter ingeslagen en een fles champagne en Estse chocolaatjes van een pasgehuwd paartje gekregen. We voelen ons bijna voldaan…
Wat ontbreekt er nog? De Laatste Lenin van Estland! Waar vinden we hem bij toeval? In een klein hoekje van het Estse kasteel, angstvallig en wanhopig wijzend naar Moskou, slechts 10 uren rijden maar oh zoveel uren wachten van hier verwijderd!








Eén van je laatste verhalen op je reis. Het einde van een hele geschiedenis klinkt erin door. De laatste Lenin van Estland wijst ons, lezers, aan: “zet jullie en luister”.